Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 28 oktober 2022 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- de akte van Dutch Design, met bijlagen;
- de akte van [eiser01] .
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van een variabele beloning over de jaren 2019 en 2020 van zijn voormalige werkgever Dutch Design (Netherlands) B.V. De kantonrechter bevestigt het tussenvonnis van oktober 2022 en veroordeelt Dutch Design tot terugbetaling van eerder onterecht ingehouden bedragen.
De kantonrechter stelt vast dat Dutch Design onvoldoende heeft onderbouwd dat eiser geen recht had op een variabele beloning, ook al stelde Dutch Design dat er in 2019 en 2020 geen bonus werd uitgekeerd. Op basis van de overgelegde bedrijfsresultaten en personeelsbestand wordt de variabele beloning voor 2019 en 2020 vastgesteld op een bruto bedrag van € 434,43, waarvan een deel naar rato van het dienstverband in 2020 wordt toegekend.
Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten van € 214,02 toegewezen en wordt de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 15 maart 2020 toegekend. De gevorderde wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%. Dutch Design wordt verplicht binnen een maand een deugdelijke bruto-/netto-specificatie te verstrekken onder dreiging van een dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Dutch Design wordt veroordeeld tot betaling van de variabele beloning over 2019 en 2020 met wettelijke rente, een gematigde wettelijke verhoging en incassokosten.