De rechtbank Rotterdam behandelde op 26 april 2023 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over het minderjarige kind, geboren in 2006. Het kind verblijft sinds 2021 onder toezicht en in pleegzorg vanwege complexe echtscheidingsproblematiek en een ernstig verstoorde relatie met de moeder.
De moeder oefent samen met de vader het gezag uit, maar het contact tussen moeder en kind is ernstig verstoord en het kind ervaart het contact als belastend. De Raad en de gecertificeerde instelling ondersteunen het verzoek tot gezagsbeëindiging, terwijl de moeder geen verweer voert maar hoopt op herstel van het contact op termijn. De pleegouders worden als informanten betrokken, niet als belanghebbenden.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigt en dat binnen een aanvaardbare termijn geen verbetering te verwachten is. Daarom wordt het gezag van de moeder beëindigd en wordt zij veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van het kind, voor zover van toepassing. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.