ECLI:NL:RBROT:2023:5287
Rechtbank Rotterdam
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Intrekking aanstelling observator en vaststelling kosten in WHOA-procedure
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak in het kader van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) waarbij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid verzoekster betrokken was. De procedure startte met een afkoelingsperiode die meerdere malen werd verlengd. De rechtbank stelde een observator aan om toezicht te houden op het WHOA-traject.
De observator diende een verslag in en verzocht vervolgens om intrekking van zijn aanstelling. Verzoekster gaf aan het WHOA-traject zonder akkoord te beëindigen en de schuldeisers op reguliere wijze te zullen betalen. De rechtbank stelde de kosten van de observator vast op €7.884,92 exclusief 21% BTW en 4% kantoorkosten, nadat verzoekster geen bezwaar had gemaakt tegen het verzoek van de observator.
De rechtbank besloot de aanstelling van de observator conform diens verzoek in te trekken en bepaalde dat de kosten voor rekening van verzoekster komen. Verzoekster had reeds gedeeltelijk zekerheid gesteld voor de kosten en wordt geacht deze op korte termijn volledig te voldoen.
Uitkomst: De rechtbank trekt de aanstelling van de observator in en stelt de kosten van de observator vast op €7.884,92 exclusief BTW, kosten komen voor rekening van verzoekster.