Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[gedaagde01] ,
[gedaagde02],
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak tussen eiser en gedaagden gaat het om een verzoek tot verbetering van een eerder vonnis van 19 april 2023. Eiser stelde dat in het vonnis ten onrechte vermeld stond dat hij aanwezig was bij een bezoek van de Gemeente aan een appartement op 25 februari 2022, terwijl de eigendom toen nog niet was overgedragen en hij niet aanwezig was.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de feitelijke situatie inderdaad anders was dan vermeld in het vonnis. Echter, deze onjuistheid betreft geen kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv Pro die eenvoudig kan worden hersteld. De fout was niet zodanig dat voor partijen en derden duidelijk was waarin deze bestond.
De vermelding van de aanwezigheid had slechts een achtergrondfunctie en was niet relevant voor de beoordeling van het incident. Daarom was het voor derden niet direct duidelijk dat er sprake was van een fout. Gezien deze omstandigheden heeft de rechtbank het verzoek tot verbetering afgewezen.
Het vonnis is gewezen door rechter J.B. Smits en op 7 juni 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis wordt afgewezen omdat geen sprake is van een kennelijke fout.