ECLI:NL:RBROT:2023:4574
Rechtbank Rotterdam
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling verplichte pensioenfondsdeelname niet beperkt tot reeds in dienst zijnde werknemers
Nedcargo Logistics B.V. verzocht Bpf Vervoer om vrijstelling van verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds op grond van een bestaande pensioenvoorziening. Bpf Vervoer verleende deze vrijstelling echter uitsluitend voor werknemers die al zes maanden voor de verplichtstelling in dienst waren. Nedcargo betwistte deze beperking en stelde dat de vrijstelling ook voor toekomstige werknemers moet gelden.
De rechtbank onderzocht de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 2 van Pro het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000. Uit de oorspronkelijke en gewijzigde regelgeving en de toelichtingen bleek dat de vrijstelling bedoeld is voor alle werknemers van de werkgever, inclusief toekomstige werknemers, en niet beperkt mag worden tot werknemers die reeds zes maanden in dienst zijn.
De rechtbank oordeelde dat de uitleg van Bpf Vervoer niet wordt ondersteund door de wetstekst noch de parlementaire geschiedenis. Het mogelijke risico van oneigenlijk gebruik van de vrijstelling is een beleidskeuze voor de besluitgever, niet voor de rechter. Daarom werd het beroep van Nedcargo gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de beperking van de vrijstelling opgeheven.
Daarnaast werd Bpf Vervoer veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van Nedcargo. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 2 juni 2023.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit dat de vrijstelling beperkt tot reeds in dienst zijnde werknemers en bepaalt dat de vrijstelling ook geldt voor toekomstige werknemers.