ECLI:NL:RBROT:2023:4357
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor dierenarts wegens niet-naleving voorwaarden afleveren UDD-middelen aan houder
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een dierenarts tegen een boete van €5.000,- opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van de Wet dieren. De boete was gebaseerd op het feit dat de dierenarts UDD-antibiotica afleverde aan een veehouder die deze toepaste zonder te voldoen aan de voorwaarden van het bedrijfsbehandelplan.
Het geschil draaide om het gebruik van het antibioticum Orbenin Dry Cow bij het droogzetten van koeien zonder dat het celgetal van de dieren was vastgesteld, terwijl het bedrijfsbehandelplan voorschreef dat alleen koeien met een hoog celgetal antibiotica mochten krijgen. De veehouder gebruikte een andere methode (geleidbaarheid) die niet in het plan was opgenomen. De rechtbank oordeelde dat de dierenarts zich ervan moest vergewissen dat de veehouder het middel conform het plan toepaste.
De rechtbank concludeerde dat de dierenarts de strenge voorwaarden uit Bijlage 9 van de Regeling diergeneesmiddelen niet had nageleefd door het middel af te leveren voor toepassing door de veehouder, wat een overtreding van artikel 2.19 van de Wet dieren opleverde. De boete werd als passend en niet onredelijk beoordeeld. De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat ook onder de nieuwe regelgeving dezelfde boete van toepassing is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de dierenarts ongegrond en bevestigt de boete van €5.000 wegens het niet naleven van voorwaarden voor het afleveren van UDD-middelen.