Uitspraak
1..Algemeen
2..Beslissingen ten aanzien van de onderzoekswensen
Fransonderzoek door
Franseopsporingsambtenaren is ingezet op de SKY-servers die zich op
Fransgrondgebied bevonden. Dit betekent dat er vooralsnog van mag worden uitgegaan dat de SKY-ECC informatie in Frankrijk, welk land is toegetreden tot het EVRM, rechtmatig is verkregen en aan het Nederlandse openbaar ministerie op rechtmatige wijze is verstrekt. Anders dan door de verdediging is gesteld, heeft de rechtbank op basis van de thans beschikbare informatie geen aanleiding om aan te nemen dat het onderzoek (deels) onder verantwoordelijkheid van Nederlandse justitiële autoriteiten heeft plaatsgevonden. Dat door Nederlandse opsporingsambtenaren expertise en/of bijstand bij de ontwikkeling en plaatsing van de interceptietool aan Frankrijk zou zijn verleend, leidt – zonder daarmee vooruit te lopen op verdere inhoudelijke beslissingen in deze strafzaak – op dit moment niet tot een ander oordeel. Daarmee is de taak van de Nederlandse strafrechter er bij de beoordeling van de onderhavige verzoeken en onderzoekswensen toe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop de resultaten van het onderzoek in de strafzaak worden gebruikt, geen inbreuk maakt op het recht op een eerlijk proces, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM.
- [gebruiker 1];
- [gebruiker 2];
- [gebruiker 3];
- [gebruiker 4];
- [gebruiker 5];
- [gebruiker 6];
- [gebruiker 7].
3..Exclu-communicatie
4..Voorlopige hechtenis
5..Conclusie
wijst toehet verzoek met betrekking tot de JSON-dataset en de vergelijking van hashwaardes, zoals hiervoor overwogen;
wijst toehet verzoek tot het horen als getuigen van de tegenaccounts van het aan de verdachte toegeschreven SKY-ID [SKY-ID], onder de voorwaarden zoals hiervoor vermeld, en verwijst de zaak hiertoe en voor zover aan de orde naar de rechter-commissaris;
wijstde verzoeken
voor het overige af, behoudens de onderzoekswensen waarop de rechtbank expliciet heeft bepaald daarop thans geen beslissing te nemen;
beveeltde gevangenneming van de verdachte voor de feiten 1 en 2 op de tenlastelegging voor de periode van 1 november 2020 tot en met 30 januari 2023;
bepaaltdat de verdediging in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een termijn van zes weken na deze regiezitting (dat wil zeggen uiterlijk op 14 juni 2023) aanvullende onderzoekswensen in te dienen met betrekking tot de door de officier van justitie overgelegde stukken inzake de Exclu-chatberichten;
verzoekthet openbaar ministerie, indien met betrekking tot de Exclu-stukken aanvullende onderzoekswensen worden ingediend, hierop binnen een termijn van vier weken (dat wil zeggen uiterlijk op 12 juli 2023) schriftelijk te reageren;
houdt de behandeling aan– zoals ter terechtzitting besproken en aangezegd –