Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- mevrouw A.R. de Vries, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij een betaling van 4,91% van de totale schuldenlast wordt voorgesteld, gefinancierd door een saneringskrediet. Acht van de negen schuldeisers gingen hiermee akkoord, maar een schuldeiser gevestigd in Curaçao weigerde in te stemmen en betwistte de toepasselijkheid van de Nederlandse Faillissementswet op haar vordering.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat verzoekster in Nederland woont en dat het dwangakkoord ook tegenover een Curaçaose schuldeiser geldt vanwege de koninkrijksband en het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. De rechtbank wijst het verzoek toe omdat het voorstel zorgvuldig is getoetst, verzoekster wegens medische redenen niet kan werken en het akkoord een gunstiger resultaat biedt dan de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank weegt de belangen van verzoekster en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan de belangen van de weigeraar. De schuldeiser wordt veroordeeld in de proceskosten en het dwangakkoord treedt in de plaats van vrijwillige instemming. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt veroordeeld in de kosten.