ECLI:NL:RBDHA:2022:10377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord bij problematische schulden
Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €44.975,70 verdeeld over 25 schuldeisers. Zij heeft een schuldregeling aangeboden waarbij een deel van de vorderingen wordt voldaan en het restant wordt kwijtgescholden. Hoewel 23 schuldeisers het voorstel hebben geaccepteerd, weigert MoRe mee te werken en stemt Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC) niet in met finale kwijting.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster ontvankelijk is en dat de Nederlandse rechter bevoegd is vanwege haar woonplaats. De schuldbemiddeling is correct uitgevoerd door de gemeente Krimpenerwaard. De rechtbank weegt de belangen van alle partijen af en concludeert dat het voorstel het maximaal haalbare is gezien de persoonlijke omstandigheden van verzoekster, waaronder haar uitkeringssituatie en beperkte arbeidsmarktpositie.
SSC voert aan dat het Curaçaose recht geen dwangakkoord kent en dat zij niet gebonden is aan een Nederlands vonnis. De rechtbank wijst dit af en stelt dat binnen het Koninkrijk der Nederlanden rechterlijke uitspraken rechtskracht hebben in alle landen, ook tegenover Curaçaose schuldeisers.
Daarom wordt het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toegewezen en het verzoek tot toelating tot de WSNP afgewezen, aangezien dat verzoek door toewijzing van het dwangakkoord niet langer relevant is.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op aan schuldeisers en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.