In deze arbeidszaak vordert de eiser, een oproepkracht, betaling van loon over de periode van zijn arbeidsongeschiktheid na een verkeersongeval tijdens zijn werkzaamheden als bezorger. De werkgever betwist het bestaan van een vast aantal uren en stelt dat sprake is van een nulurencontract. De rechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst inderdaad een nulurencontract betrof en dat de eiser vanaf 15 januari 2021 arbeidsongeschikt was voor zijn werk.
De kantonrechter stelt vast dat de werkgever de eiser regelmatig heeft ingezet en ook na het ongeval pogingen deed om hem op te roepen. Daarom is de werkgever gehouden loon te betalen over de periode van arbeidsongeschiktheid, berekend op basis van het gemiddelde aantal gewerkte uren in de voorafgaande maanden. Daarnaast moet de werkgever de eiser ziek uit dienst melden binnen drie dagen na betekening van het vonnis.
De werkgever wordt hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het netto equivalent van het bruto loon tijdens ziekte, vermeerderd met wettelijke rente, en tot vergoeding van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.