ECLI:NL:RBROT:2023:3865
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens niet-betaling en verstrekking loonstroken
In deze kort geding procedure vordert eiser betaling van achterstallig loon over september 2022, januari, februari en maart 2023, alsmede het toekomstige loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Tevens eist eiser verstrekking van loonstroken en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten.
De werkgever is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter verleent verstek en gaat uit van de juistheid van de vorderingen. Er is sprake van een spoedeisend belang omdat eiser in ernstige financiële problemen dreigt te geraken.
De kantonrechter wijst de loonvordering toe tot een bedrag van €8.390,- bruto, inclusief het loon over maart 2023, en het toekomstige loon van €2.400,- bruto per maand vanaf april 2023 tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Daarnaast wordt de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente toegewezen.
De vordering tot verstrekking van deugdelijke bruto/netto specificaties wordt eveneens toegewezen, met een gematigde dwangsom van €100,- per dag tot een maximum van €5.000,-. Ook de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig en toekomstig loon, wettelijke rente, wettelijke verhoging, verstrekking loonstroken en vergoeding buitengerechtelijke kosten.