ECLI:NL:RBROT:2023:3820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking bestuursbesluit wegens gewijzigde regelgeving
Opposante stelde beroep in tegen een bestuursbesluit van het college van B&W Rotterdam waarin een bestuurlijke boete werd gehandhaafd. Het college trok het besluit later in vanwege gewijzigde regelgeving die de vergunningsplicht voor het betreffende adres had opgeheven. Opposante verzocht om proceskostenvergoeding, maar dit werd afgewezen. In verzet stelde opposante dat het college het besluit eerder had moeten intrekken en dat de intrekking niet aan gewijzigde regelgeving maar aan een bestuursfout te wijten was.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het besluit verband houdt met gewijzigde regelgeving en niet met een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Volgens vaste rechtspraak leidt intrekking wegens gewijzigde regelgeving niet tot proceskostenvergoeding. Ook het argument dat het college pas na aanvullende beroepsgronden introk, wordt verworpen omdat het intrekkingsbesluit eerder dateert.
De rechtbank concludeert dat geen twijfel bestaat over de buiten-zittinguitspraak en verklaart het verzet ongegrond. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.