Art. 376 lid 4 FwArt. 376 lid 5 FwArt. 370 lid 3 Fw
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verlenging afkoelingsperiode in WHOA-procedure voor gezamenlijke akkoordprocedures
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 februari 2023 een gezamenlijk verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiodes in twee WHOA-procedures van twee besloten vennootschappen. De afkoelingsperiodes waren eerder afgekondigd in september 2022 en verlengd tot 19 januari 2023. De verzoeksters stelden dat belangrijke vooruitgang was geboekt in de onderhandelingen over de akkoorden, met een derde partij die bereid was de vordering van een separatist in één keer te voldoen.
De rechtbank nam kennis van de standpunten van de verzoeksters en belanghebbenden, waaronder de separatisten die faillissementsverzoeken hadden ingediend. De verzoeksters hadden de conceptakkoorden aangepast en streefden naar stemming medio februari 2023 en homologatie medio maart 2023. De rechtbank stelde vast dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers bij verlenging waren gediend en dat derden en separatisten niet wezenlijk in hun belangen werden geschaad.
Op basis van artikel 376 lid 5 FaillissementswetPro oordeelde de rechtbank dat aan de criteria voor verlenging was voldaan en wees het verzoek toe. De afkoelingsperiodes werden verlengd tot en met 19 april 2023, zodat de verzoeksters hun onderneming konden voortzetten tijdens de onderhandelingen over de akkoorden.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiodes in de WHOA-procedures tot en met 19 april 2023.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Insolventies – meervoudige kamer
afkondigen verlenging afkoelingsperiode
zaak/rekestnummers: C/10/651212 HO RK 23/37 en C/10/651213 HO RK 23/38
uitspraakdatum: 9 februari 2023
beschikking op het ingekomen verzoekschrift ex artikel 376 lid 5 FaillissementswetPro (Fw) in de (besloten) akkoordprocedures buiten faillissement van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 1],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster 2],
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoeksters,
advocaten: mr. M. Kooiman en mr. W.Th. van Dijk, kantoorhoudende te Rotterdam.
1.De procedure
1.1.
Verzoekster sub 1 (hierna: [verzoekster 1] ) heeft op 16 augustus 2022 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 FwPro ter griffie gedeponeerd. De rechtbank heeft op verzoek van [verzoekster 1] bij beschikking van 5 september 2022 een afkoelingsperiode afgekondigd.
1.2.
Verzoekster sub 2 (hierna: [verzoekster 2] ) heeft op 31 augustus 2022 een startverklaring ex artikel 370 lid 3 FwPro ter griffie gedeponeerd. De rechtbank heeft op verzoek van [verzoekster 2] bij beschikking van 27 september 2022 een afkoelingsperiode afgekondigd.
1.3.
In de beschikking van 15 december 2022 heeft de rechtbank bepaald dat de verzoeken van verzoeksters verder gezamenlijk worden behandeld en de rechtbank heeft in die beschikking de afkoelingsperiodes verlengd tot en met 19 januari 2023.
1.4.
Verzoeksters dienden gezamenlijk een op 18 januari 2023 gedateerd verzoekschrift met acht bijlagen in, met de aanduiding: Verzoekschrift tot verlenging afkoelingsperiode ex artikel 376 FwPro.
1.5.
Verzoeksters hebben de besloten vennootschap [Z] (hierna: [Z] ), gevestigd te [vestigingsplaats] , en de besloten vennootschap [A] (hierna: [A] ), gevestigd te [vestigingsplaats] , als belanghebbenden aangeduid. [Z] heeft op 2 augustus 2022 een verzoek tot faillietverklaring van [verzoekster 1] bij de rechtbank ingediend. [verzoekster 2] heeft daarnaast de besloten vennootschap [B] (hierna: [B] ), gevestigd te [vestigingsplaats] , als belanghebbende aangeduid. [B] heeft op 18 augustus 2022 een verzoek tot faillietverklaring van [verzoekster 2] bij de rechtbank ingediend.
1.6.
[B] heeft de rechtbank op 1 februari 2023 per e-mail bericht dat zij zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.
1.7.
Het verzoek is op 2 februari 2023 in raadkamer behandeld en nader toegelicht. In raadkamer zijn, door middel van een video-verbinding, verschenen:
[naam 1] , middellijk bestuurder van verzoekster;
[naam 2] , manager van verzoekster;
mr. M. Kooiman, advocaat van verzoekster;
mr. W.Th. van Dijk, advocaat van verzoekster;
[naam 3] , bestuurder van [Z] ;
mr. M.P.J. Kik, advocaat van [Z] ;
mr. M.J. Keuss, advocaat van [Z] .
1.8.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Kooiman spreekaantekeningen voorgedragen die zij voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft overgelegd.
1.9.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2.De feiten
2.1.
De rechtbank verwijst voor de relevante feiten naar de door haar gewezen beschikkingen, zoals vermeld onder 1.1., 1.2 en 1.3.
3.Het standpunt van verzoeksters
3.1.
Verzoeksters verzoeken de afkoelingsperiodes ex artikel 376 FwPro te verlengen tot en met 19 april 2023.
3.2.
Ter toelichting van hun verzoeken hebben verzoeksters het volgende gesteld. Er is belangrijke vooruitgang geboekt in de totstandkoming van de akkoorden. Verzoeksters hebben een derde bereid gevonden de vordering van separatist [Z] , nadat alle afzonderlijke stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders met de aangeboden akkoorden hebben ingestemd en aldus unaniem aanvaarde onderhandse akkoorden zijn bereikt dan wel na homologatie van de akkoorden, in één keer te voldoen. Het is de bedoeling dat deze derde daarbij in de rechten van [Z] treedt. Verzoeksters zijn met [Z] in overleg over haar bereidheid met de akkoorden in te stemmen als haar vordering na unanieme aanvaarding dan wel homologatie ineens wordt voldaan. Verzoeksters hebben de in dat kader door [Z] opgevraagde documenten aan [Z] verschaft. Verzoeksters verwachten zeer binnenkort overeenstemming met [Z] te bereiken.
3.3.
Indien er geen overeenstemming wordt bereikt met [Z] , zal een andere oplossing worden gekozen, die onder meer inhoudt dat een nieuw op te richten vennootschap voortaan de overeenkomsten met de opdrachtgevers van verzoeksters zal afsluiten, met door pandrecht gedekte financiering van de nieuwe financier.
3.4.
Separatist [A] heeft kenbaar gemaakt dat zij instemt met een rangwisseling waardoor zij een tweede of derde pandrecht krijgt op vorderingen van verzoeksters die zijn ontstaan vanaf 15 augustus 2022.
3.5.
Verzoeksters hebben de conceptakkoorden aangepast aan de huidige situatie, vooruitlopend op de instemming van [Z] . Verzoeksters streven ernaar de akkoorden zo spoedig mogelijk en uiterlijk medio februari 2023 ter stemming aan te bieden. Indien homologatieverzoeken nodig zijn, zullen deze uiterlijk medio maart 2023 volgen.
3.6.
De gezamenlijke schuldeisers van verzoeksters zijn gediend bij het verlengen van de afkoelingsperiodes, nu hen dat de reële kans biedt op een zo maximaal mogelijke voldoening van hun vorderingen aangezien de reorganisatiewaarde van de onderneming van verzoeksters hoger is dan de liquidatiewaarde. [B] en [Z] worden door (verlenging van de) afkoelingsperiode niet wezenlijk in hun belangen geschaad, aldus steeds verzoeksters.
4.De zienswijzen van de belanghebbenden
4.1.
[Z] heeft geen schriftelijke zienswijze ingediend. Ter zitting heeft zij medegedeeld de van verzoeksters ontvangen documenten en voorstellen nog te bestuderen en nog antwoord te wensen op een aantal vragen.
4.2.
[B] heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. [A] heeft geen zienswijze ingediend en zij is niet ter zitting verschenen.
5.De beoordeling
5.1.
De rechtbank heeft in haar beschikkingen van 5 en 27 september 2022 vastgesteld dat sprake is van besloten akkoordprocedures en dat zij bevoegd is van de in het kader van de akkoordprocedures gedane verzoeken kennis te nemen.
5.2.
Gelet op hun hierboven onder 3.2 t/m 3.5 weergegeven, niet-weersproken stellingen, hebben verzoeksters [-] naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat er belangrijke vooruitgang is geboekt in de totstandkoming van de akkoorden en dat daarmee dus is voldaan aan het criterium van artikel 376 lid 5 FwPro.
5.3.
Tevens is voldaan aan de vereisten die in artikel 376 lid 4 FwPro zijn genoemd. Gelet op de tegen verzoeksters ingediende faillissementsverzoeken blijkt summierlijk dat toewijzing van de verzoeken tot verlenging van de afkoelingsperiodes noodzakelijk is om de door verzoeksters gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van en de onderhandelingen over de akkoorden te kunnen blijven voortzetten. Verzoeksters hebben eerder verklaard dat zij hun lopende verplichtingen gedurende de verzochte verlenging van de afkoelingsperiodes kunnen voldoen en dat geen nieuwe schulden ontstaan.
5.4.
Verder overweegt de rechtbank dat redelijkerwijs valt aan te nemen dat de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van verzoeksters bij verlenging van de afkoelingsperiodes zijn gediend en dat derden en de schuldeisers die het faillissement hebben aangevraagd, niet wezenlijk in hun belangen worden geschaad. Uit de stellingen van verzoeksters volgt dat – indien de herstructurering slaagt – er een hogere uitkering aan schuldeisers zal volgen dan in geval van faillissement van verzoeksters.
6.De beslissing
De rechtbank:
- wijst toe de verzoeken ex artikel 376 lid 5 FwPro tot verlenging van de afkoelingsperiodes tot en met 19 april 2023.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. R.P. van Eerde en mr. M.P. de Valk, rechters, en in aanwezigheid van mr. J.B. Biezen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2023.