ECLI:NL:RBROT:2023:2289
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoeker wegens niet betalen griffierecht
Op 6 november 2022 diende verzoeker een verzoekschrift in bij de rechtbank Rotterdam om een getuige te horen. De rechtbank bevestigde de ontvangst en wees verzoeker op de verplichting om het griffierecht binnen vier weken te voldoen, conform artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken en artikel 282a lid 2 Rv.
Verzoeker vroeg vrijstelling van het griffierecht en/of opschorting van de betalingstermijn, maar dit werd afgewezen. In afwachting van een uitspraak in een door verzoeker aangespannen kort geding tegen de Staat der Nederlanden werd de beslissing in deze zaak uitgesteld.
Op 7 februari 2023 werd het kort geding afgewezen. De kantonrechter constateerde vervolgens dat het griffierecht ondanks herhaald verzoek niet was voldaan en dat de betalingstermijn ruimschoots was verstreken. Verzoeker liet na verdere reactie en gaf geen feiten of omstandigheden aan die een onbillijkheid van overwegende aard konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de kantonrechter verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot het horen van de getuige, zoals bedoeld in artikel 282a lid 2 Rv, zonder toepassing van de uitzondering in lid 4 van dat artikel.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van griffierecht zonder onbillijkheid van overwegende aard.