Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..Onderzoek op de terechtzitting
2..Tenlastelegging
3..Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het ten laste gelegde in de beide zaken;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.
4..Waardering van het bewijs
[naam03]die wil werken en vanaf 12 uur in de middag online is. Dat die
tabonvan haar hun bank is en zij alles incasseren. Op de vraag van ‘ [naam01] ’ of zijn gesprekspartner foto’s heeft, wordt geantwoord dat die gemaakt worden rond 14:00 uur en dat dan “de spaarrekening geopend” is. Vervolgens vindt rond 15:36 uur opnieuw een Whatsapp-gesprek plaats met ‘ [naam01] ’, waarin aan [naam01] wordt gevraagd om klanten te regelen, een foto wordt gestuurd van aangeefster in haar lingerie en aangeefster wordt aangeboden met de tekst:
‘voor jou 75incl taxi’.
op 12 juni 2021te [plaats03] , meermalen, (telkens) met [slachtoffer01] , geboren op [geboortedatum02] 2006, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer01] , te weten: het (telkens) (meermalen) brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer01] ;
engehuisvest , met het
5..Strafbaarheid feiten
6..Strafbaarheid verdachte
In de zaak met parketnummer 10/204861-21 (ontucht):
7..Motivering straf
8..Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
9..Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.. Bijlagen
11.. Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
€ 3.000,- (zegge: drieduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer01] te betalen
€ 3.000,-(hoofdsom,
zegge: drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2021 tot aan de dag van de algehele voldoening;
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
40 (veertig) dagen;