Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 20 mei 2021, met bijlagen;
- het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- het tussenvonnis van 9 augustus 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald en gelegenheid is geboden voor antwoord in reconventie;
- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling van 1 maart 2022 en nadien door partijen ingediende aktes met bijlagen;
- de brief waarmee partijen opnieuw zijn uitgenodigd voor een mondelinge behandeling;
- de akte van Havensteder van 1 december 2022, met bijlage.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
- € 9.677,80 aan hoofdsom (€ 11.677,80 minus € 2.000,-);
- € 21,73 aan reeds verschenen rente;
- de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 7.410,77 vanaf 24 mei 2021 tot aan de dag van volledige betaling;
- € 494,39 aan buitengerechtelijke incassokosten;