ECLI:NL:RBROT:2023:12783
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering en nevenvorderingen in kort geding wegens niet-betaald loon
Eiseres werkte voor gedaagde in diens horecagelegenheid tot de sluiting in mei 2023, maar de arbeidsovereenkomst eindigde niet. Zij vordert doorbetaling van loon over mei tot en met augustus 2023, correctie van te weinig uitbetaald loon over maart en april 2023, vakantietoeslag en wettelijke verhogingen. Gedaagde is niet verschenen, verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres spoedeisend belang heeft en wijst de loonvordering van €12.025,20 bruto toe, evenals de vakantietoeslag van €1.924,- bruto. De te weinig uitbetaalde netto loon van €1.841,64 wordt eveneens toegewezen. De wettelijke verhoging wordt slechts gedeeltelijk toegewezen (15%) vanwege het risico dat het volledige bedrag in een gewone procedure niet standhoudt.
De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd, vastgesteld op €744,85 tot de datum van het vonnis, met een voorschot voor toekomstige kosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Andere vorderingen worden afgewezen.
Het vonnis is gewezen door kantonrechter S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2023.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van loon, vakantietoeslag, wettelijke verhoging en proceskosten aan eiseres.