ECLI:NL:RBROT:2023:12330
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid en niet voldoen aan wekeneis
Eiser was in dienst op basis van een leerarbeidsovereenkomst, die per 1 februari 2021 werd ontbonden vanwege ongeoorloofde afwezigheid en gebrek aan inzet. Eiser vroeg daarop een WW-uitkering aan, die werd toegekend maar niet uitbetaald vanwege verwijtbare werkloosheid. Later diende eiser opnieuw een aanvraag in, die werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de wekeneis van 26 gewerkte weken in de referteperiode.
Eiser stelde dat de ingangsdatum van zijn werkloosheid later lag en dat hij wel aan de wekeneis voldeed, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. De rechtbank stelde vast dat de weken die al hadden geleid tot het eerdere recht op WW-uitkering niet opnieuw konden meetellen. Hierdoor voldeed eiser niet aan de wekeneis en was er geen recht op uitkering.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van verweerder terecht was en dat de wet geen ruimte laat voor afwijking. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.