Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 december 2021, met bijlagen;
- het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 februari 2022;
- het herstelexploot van 9 maart 2022;
- het verstekvonnis van deze rechtbank van 5 april 2022 met zaaknummer 9753733 / CV EXPL 22-8697;
- de verzetdagvaarding van 2 mei 2022 met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
- de e-mail van de gemachtigde van [naam bedrijf02] van 26 september 2022, met een bijlage;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 27 september 2022.
2.De feiten
- Factuur 15210027 d.d. 23 juli 2021 ter zake verrichte werkzaamheden week 29 (44 uur × € 25,- = € 1.100,-)
- Factuur 15210028 d.d. 31 juli 2021 ter zake verrichte werkzaamheden week 30 (42 uur × 25,- = € 1.050,-).
3.Het geschil
- [naam bedrijf02] te veroordelen aan hem te betalen een hoofdsom van € 2.150,- met rente;
- [naam bedrijf02] te veroordelen aan hem te betalen € 322,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- [naam bedrijf02] te veroordelen in de proces- en nakosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
- [naam01] te veroordelen aan haar te betalen € 733,71 met rente;
- [naam01] te veroordelen in de proces- en nakosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.De beoordeling
- de facturen van [naam01] gecorrigeerd dienen te worden naar een uurtarief van € 20,- en dat [naam01] € 2.480,- aan [naam bedrijf02] dient te crediteren;
- [naam01] € 80,- aan [naam bedrijf02] moet terugbetalen vanwege teveel in rekening gebrachte uren over week 15 van 2021;
- [naam01] € 211,- aan [naam bedrijf02] moet betalen ten titel van een keuring.