Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 13 mei 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte van Woonbron van 24 november 2022;
- de akte uitlatingen van de zijde van de bewindvoerder van 22 december 2022.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Woonbron de ontbinding van de huurovereenkomst met [naam01], vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder, wegens ernstige tekortkomingen in het huurgedrag, waaronder het ter beschikking stellen van de woning voor prostitutie.
Eerder was aan [naam01] een gedragsaanwijzing opgelegd die inhield dat hij zich als goed huurder moest gedragen en de bepalingen van de huurovereenkomst moest naleven. Partijen zijn het erover eens dat deze gedragsaanwijzing inmiddels is nageleefd.
De kantonrechter overweegt dat ondanks de ernst van het incident en eerdere tekortkomingen, het opvolgen van de gedragsaanwijzing en het ontbreken van nieuwe overlastklachten aanleiding geeft om de ontbindingsvordering af te wijzen. De huurder krijgt hiermee een laatste kans om zijn woonrecht te behouden, mits hij zich voortaan als goed huurder gedraagt.
De kantonrechter benadrukt dat bij toekomstige tekortkomingen de kans groot is dat ontbinding en ontruiming alsnog zullen worden toegewezen. De proceskosten worden aan de bewindvoerder opgelegd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat de huurder de gedragsaanwijzing is nagekomen.