ECLI:NL:RBROT:2023:11915

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
18 december 2023
Zaaknummer
10814482
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 233 RvArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing kortgeding tot ontruiming wegens overlast in seniorencomplex

Gedaagden huren sinds 1990 een woning in een seniorencomplex van eiser Maasdelta. Sinds 2022 zijn er klachten over ernstige en structurele overlast, vooral veroorzaakt door een van de huurders. Maasdelta is een bodemprocedure gestart om de huurovereenkomst te ontbinden en ontruiming te verkrijgen.

Naar aanleiding van een incident op 22 november 2023 waarbij hulpdiensten de woning binnentraden vanwege vermoedelijk gevaar, vorderde Maasdelta in kort geding onmiddellijke ontruiming. De kantonrechter oordeelt dat de ernst en spoedeisendheid onvoldoende zijn aangetoond om de bodemprocedure te passeren.

De feiten rond het incident zijn betwist, en het gevaar voor omwonenden is niet voldoende aannemelijk gemaakt. Bovendien weegt het belang van de huurders, gezien hun leeftijd en medische situatie, zwaarder dan het belang van Maasdelta bij onmiddellijke ontruiming.

De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt Maasdelta in de proceskosten. De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen en de verhuurder moet de proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10814482 VV EXPL 23-586
datum uitspraak: 14 december 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom,
tegen

1.[gedaagde01] ,

2. [gedaagde02],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagden,
gemachtigde: mr. G.J.B.C. Maton.
Eiseres wordt hierna ‘Maasdelta’ genoemd. Gedaagde sub 1 wordt hierna ‘ [gedaagde01] ’ genoemd en gedaagde sub 2 ‘ [gedaagde02] . Gezamenlijk worden meneer en mevrouw [achternaam gedaagden01] ‘ [gedaagde01] c.s.’ (mannelijk enkelvoud) genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 30 november 2023, met bijlagen;
  • de brief van 5 december 2023 van Maasdelta, met bijlagen.
1.2.
Op 4 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • mevrouw [naam01] (senior woonconsulent bij Maasdelta);
  • mevrouw [naam02] (senior woonconsulent bij Maasdelta);
  • mr. M.J.P. Peters (namens de gemachtigde van Maasdelta);
  • [gedaagde01] ;
  • mr. Maton (voornoemd).

2.De beoordeling

De zaak in het kort
2.1.
[gedaagde01] c.s. huurt sinds 1990 een woning van Maasdelta in een seniorencomplex. Sinds 2022 zijn er problemen tussen [gedaagde01] c.s. en de onderburen. Maasdelta is een bodemprocedure begonnen tegen [gedaagde01] c.s. waarin zij ontbinding van de huurovereenkomst eist vanwege het veroorzaken van ernstige en structurele overlast. Op 22 november 2023 is er een incident geweest waarbij hulpdiensten de woning van [gedaagde01] c.s. zijn binnengetreden. Maasdelta eist in deze kortgedingprocedure dat [gedaagde01] c.s. wordt veroordeeld om de woning te ontruimen. [gedaagde01] c.s. voert verweer en wijst onder andere op de grote gevolgen van een ontruiming. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de eis van Maasdelta moet worden afgewezen. Van Maasdelta kan worden gevergd dat zij de uitkomst van de al lopende bodemprocedure afwacht. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Beoordelingskader in kort geding
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Maasdelta heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde01] c.s. als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
De bodemprocedure
2.3.
Tussen partijen loopt al een bodemprocedure waarin Maasdelta ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning eist vanwege ernstige en structurele overlast. De bodemprocedure bevindt zich in het stadium dat de verhinderdata van partijen zijn opgevraagd voor een (nog te bepalen) mondelinge behandeling. Het ligt daarom in de lijn der verwachting dat binnen een paar maanden vonnis kan worden gewezen.
2.4.
De overlast wordt volgens Maasdelta voornamelijk veroorzaakt door [gedaagde02] . Omwonenden klagen over schelden, schreeuwen, met deuren slaan, ongewenst aanbellen, het gooien van glazen voorwerpen, pogingen tot vergiftiging van de honden van de onderbuurman, stalkgedrag, het maken van provocerende opmerkingen, het ophangen van allerlei provocerende en beschuldigende briefjes in de centrale hal, het vernielen van eigendommen van de onderbuurman, het bonken met een stok op de vloer in de late uren, dreigen met zelfmoord en geluidsoverlast door staan op het dak in de nachtelijke uren. Hoewel het verweer van [gedaagde01] c.s. in de bodemprocedure niet in deze kort gedingprocedure is ingebracht, begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde01] c.s. in ieder geval bepaalde gedragingen (zoals staan op het dak en het gooien van glas) erkent.
Het incident op 22 november 2023
2.5.
Maasdelta stelt dat zij door het incident op 22 november 2023 een zodanig spoedeisend belang heeft bij de ontruiming van de woning van [gedaagde01] c.s. dat zij de uitkomst van de bodemprocedure niet kan afwachten. Volgens Maasdelta heeft zich het volgende afgespeeld op 22 november 2023. Naar aanleiding van een melding van stank/hinderlijke lucht zijn de hulpdiensten massaal uitgerukt en hebben zij de deur van de woning geforceerd. Dat was nodig, omdat [gedaagde01] c.s. de deur niet open deed. De deuren in de woning waren bovendien gebarricadeerd. De woning was doordrenkt met spiritus, met alle gevaren van dien. Meneer [gedaagde01] is niet aanspreekbaar aangetroffen op bed en mevrouw [gedaagde01] is op de grond aangetroffen. Door dit incident zijn omwonenden bang dat mevrouw [gedaagde01] de gaskraan opendraait of brand zal stichten.
2.6.
[gedaagde01] c.s. heeft tijdens de zitting een ander verloop van het incident verteld. Volgens hem is het als volgt gegaan. Op 22 november 2023 kreeg [gedaagde01] c.s. te horen dat hij vanwege een negatieve verhuurdersverklaring niet in aanmerking kwam voor een woning in Oostvoorne. Dat was een grote teleurstelling. Meneer [gedaagde01] heeft bij thuiskomst een groot glas whisky ingeschonken en is daarna op bed gaan liggen. Toen heeft hij contact opgenomen met de maatschappelijker werkster, tegen wie hij heeft gezegd dat hij niet wist wat hij van het glas whisky zou krijgen. De maatschappelijk werkster heeft daarop de huisarts gebeld, die met de praktijkondersteuner is langsgegaan bij de woning van [gedaagde01] c.s. Zij roken een chemische lucht en hebben de hulpdiensten ingeschakeld, ook omdat [gedaagde01] c.s. de deur niet open deed. De hulpdiensten hebben de deur vervolgens geforceerd, maar er was geen sprake van een barricade. Het kettinkje zat op de voordeur en de slaapkamer was, om voor [gedaagde01] onbekende redenen, op slot gedraaid. Meneer [gedaagde01] was in slaap gevallen op bed. Waarom mevrouw [gedaagde01] de deur niet heeft opengedaan, is niet bekend. Zij zijn allebei meegenomen naar het ziekenhuis en diezelfde avond mocht [gedaagde01] c.s. terugkeren naar de woning. [gedaagde01] c.s. betwist dat de woning doordrenkt was met spiritus. De eventuele waargenomen chemische geur kan hoogstens veroorzaakt zijn door de huishoudelijke hulp die de ramen wel eens schoonmaakt met behulp van spiritus. De brandweer is niet in de woning geweest.
2.7.
De kantonrechter stelt vast dat partijen ieder een geheel eigen beeld van het incident op 22 november 2023 naar voren hebben gebracht. Over het incident is door de politie een proces-verbaal van binnentreden opgesteld waaruit volgt dat de politie, huisarts en ambulancepersoneel zonder toestemming de woning zijn binnengetreden “ter voorkoming van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen”. Daaruit blijkt niet, zeker gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde01] c.s., dat de woning doordrenkt was met spiritus. Er is ook geen bestuurlijke rapportage beschikbaar waaruit dat blijkt. Bovendien volgt uit het proces-verbaal niet dat de brandweer in de woning is geweest en [gedaagde01] c.s. heeft onweersproken aangevoerd dat hij diezelfde avond weer kon terugkeren in de woning, zonder dat de brandweer maatregelen had genomen om de (volgens Maasdelta aanwezige) brandbare vloeistoffen te neutraliseren. Dat kan de kantonrechter niet rijmen met de stelling van Maasdelta dat de woning doordrenkt was met spiritus. Hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat het incident angst heeft veroorzaakt bij omwonenden, is de gegrondheid van die angst niet voldoende aannemelijk geworden. De kantonrechter kan in dit kort geding, waar geen plaats is voor bewijslevering, niet met een voldoende mate van zekerheid vaststellen dat er voor omwonenden sprake is (geweest) van een zodanig groot gevaar dat [gedaagde01] c.s. de woning op heel korte termijn moet ontruimen.
2.8.
Overigens stelt Maasdelta in de dagvaarding dat na het incident op 22 november 2023 [gedaagde02] op 24 november 2023 opnieuw is afgevoerd met een ambulance. Tijdens de zitting heeft [gedaagde01] verklaard dat [gedaagde02] voorover was gevallen en in het ziekenhuis is opgenomen met een dubbele longontsteking. Maasdelta heeft dat niet weersproken. Niet gebleken is dus dat op 24 november 2023 wel sprake was van ernstig gevaar voor omwonenden.
Belangenafweging
2.9.
Maasdelta heeft als verhuurder belang bij het doen stoppen van overlast, maar het belang van [gedaagde01] c.s. om de woning nu te behouden weegt zwaarder. De gevolgen van toewijzing van de gevraagde ontruiming zijn heel groot en feitelijk onomkeerbaar. [gedaagde01] is 85 jaar, [gedaagde02] is 73 jaar en zij hebben geen vangnet waarop qua huisvesting teruggevallen kan worden. Daarnaast is duidelijk geworden dat het zowel fysiek als mentaal niet goed gaat met [gedaagde02] was ten tijde van de mondelinge behandeling opgenomen in het ziekenhuis met een dubbele longontsteking. Ook komt het beeld naar voren dat de problemen die er sinds 2022 zijn (hoofdzakelijk met de onderburen), voortkomen uit recente psychische problematiek van [gedaagde02] Voor die tijd waren er geen overlastmeldingen. Hulpverlening is in beeld, maar is nog niet goed op gang gekomen. Het is de intentie van in ieder geval [gedaagde01] dat [gedaagde02] vrijwillig wordt opgenomen nadat zij uit het ziekenhuis is ontslagen. Als dat lukt, zal [gedaagde02] de komende tijd geen problemen kunnen veroorzaken. [gedaagde01] ziet ook in dat het zo niet veel langer gaat en hij realiseert zich dat iedereen gebaat is bij een verhuizing. Maar een gedwongen verhuizing door een ontruimingsvonnis in kort geding vindt de kantonrechter te ingrijpend.
Proceskosten
2.10.
Maasdelta krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [gedaagde01] c.s. tot vandaag vast op € 529,- aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die [gedaagde01] c.s. maakt na deze uitspraak moet Maasdelta € 132,- betalen. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist. [1]
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.11.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Maasdelta in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde01] c.s. tot vandaag worden vastgesteld op € 529,-;
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken.
49039

Voetnoten

1.Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853