Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 29 juni 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de akte overlegging producties van [verzoeker01] , met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert verzoeker01 machtiging om naam02 in zijn plaats te stellen als huurder van zijn woning, terwijl naam02 tegelijkertijd een machtiging vordert om verzoeker01 in haar plaats te stellen als huurder van haar woning. Beide verhuurders weigeren de woningruil, waarop beide huurders een procedure zijn gestart.
De kantonrechter overweegt dat bij woningruil sprake is van indeplaatsstelling en niet van een nieuwe huurovereenkomst, waardoor regels over passend toewijzen en huurprijsaanpassing niet van toepassing zijn. Tevens is een huisvestingsvergunning niet vereist voor de woning van verzoeker01.
Het zwaarwichtig belang van verzoeker01 wordt vastgesteld vanwege de noodzaak van een extra slaapkamer voor zijn twee minderjarige kinderen en de wens voor meer buitenruimte en nabijheid van een school. Naam02 biedt voldoende financiële waarborg voor nakoming van de huurovereenkomst.
De belangen van Hef Wonen wegen niet zwaarder dan het belang van verzoeker01, ook niet vanwege het doorbreken van het woningtoewijssysteem of mogelijke huurharmonisatie. De vordering wordt daarom toegewezen en Hef Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot woningruil wordt toegewezen omdat het zwaarwichtig belang van de huurder zwaarder weegt dan de belangen van de verhuurder.