De zaak betreft een geschil tussen Stichting Pensioenfonds Metaal & Techniek (PMT) en aanverwante stichtingen enerzijds en Metal Processing Systems B.V. (MPS) anderzijds over de verschuldigdheid van een boete en buitengerechtelijke incassokosten wegens te late betaling van pensioenfondsbijdragen.
PMT c.s. stuurden op 10 augustus 2022 een factuur aan MPS met een betalingstermijn van 30 dagen. MPS betaalde de factuur op 14 oktober 2022, dus te laat. PMT c.s. vorderden vervolgens betaling van een boete en incassokosten, die MPS betwistte als buitensporig en onterecht.
De rechtbank oordeelde dat MPS inderdaad te laat had betaald en daardoor in verzuim was. Op grond van de toepasselijke reglementen waren PMT c.s. gerechtigd om een boete van 10% en incassokosten in rekening te brengen. De rechtbank vond de hoogte van de boete en kosten niet buitensporig en wees het verzoek tot matiging af. Ook de stelling van MPS dat een toezegging was gedaan om geen boete te rekenen, werd onvoldoende onderbouwd bevonden.
MPS werd veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen met wettelijke rente en de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.