ECLI:NL:RBROT:2023:11072
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing en toetsing perspectiefbesluit in jeugdzaak
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 oktober 2023 een zaak betreffende de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen en een verzoek tot toetsing van een perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling (GI).
De GI verzocht om verlenging van de uithuisplaatsing van beide kinderen en om het perspectiefbesluit te bekrachtigen, waarin werd gesteld dat het perspectief van het oudste kind niet langer bij de moeder ligt. De moeder stemde in met de verlenging voor het jongste kind tot 1 februari 2024 en voor het oudste kind voor de duur van de ondertoezichtstelling, maar betwistte het perspectiefbesluit en stelde dat dit niet zelfstandig aan de rechter kan worden voorgelegd.
De rechtbank volgde de recente uitspraak van de Hoge Raad en verklaarde het verzoek van de GI tot toetsing van het perspectiefbesluit niet-ontvankelijk. Wel beoordeelde de rechtbank het perspectiefbesluit in het kader van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Gezien de langdurige uithuisplaatsing, de emotionele en gedragsproblemen van het oudste kind, en zijn wens om bij de pleegmoeder te blijven, oordeelde de rechtbank dat het perspectief niet meer bij de moeder ligt.
De machtiging tot uithuisplaatsing van het oudste kind werd verlengd tot 22 juli 2024 en die van het jongste kind tot 1 februari 2024. De rechtbank benadrukte het belang van goede communicatie tussen moeder en pleegmoeder en het belang van een gezinsopname bij GGZ Beilen voor het jongste kind en de moeder.
De beslissing werd mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen en verklaart het verzoek tot toetsing van het perspectiefbesluit niet-ontvankelijk, waarbij het perspectief van het oudste kind niet langer bij de moeder ligt.