ECLI:NL:RBROT:2023:10655
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen loonsanctie wegens ontbreken procesbelang
Eiser was werkzaam als senior proces operator en meldde zich ziek op 22 oktober 2019. Na een WIA-aanvraag en onderzoek door een arbeidsdeskundige legde het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een loonsanctie van 52 weken op aan de werkgever wegens niet-naleving van re-integratieverplichtingen. De werkgever diende een verzoek tot bekorting in, dat werd afgewezen omdat het tweede spoortraject nog niet adequaat was afgerond.
Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat hij zijn eigen arbeid kan verrichten en dat de werkgever niet aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan. De rechtbank onderzocht of eiser een voldoende actueel procesbelang had om het beroep te mogen voortzetten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep slechts ziet op de vraag of de loonsanctie terecht is gehandhaafd en dat eiser met deze procedure niet kan bereiken dat hij wordt teruggeplaatst in zijn eigen arbeid. Ook was er geen financieel belang vastgesteld. Daarom ontbrak het aan een voldoende procesbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en behandelde de inhoudelijke gronden niet. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de loonsanctie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.