ECLI:NL:RBROT:2023:10650
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering en vakantiegeld aan vrachtwagenchauffeur in kort geding
Eiser, een vrachtwagenchauffeur, werkte vanaf december 2021 voor Prince Cargo zonder schriftelijke arbeidsovereenkomst. Hij meldde zich op 3 juli 2023 ziek en nam per 1 oktober 2023 ontslag. Vanaf juli 2023 ontving hij geen loon meer en vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, salarisstroken, incassokosten en wettelijke rente.
Prince Cargo stelde dat er sprake was van een oproepovereenkomst en dat eiser niet ziek was, maar deze stellingen werden niet onderbouwd met stukken. De kantonrechter ging daarom uit van een arbeidsovereenkomst conform artikel 7:610 BW Pro en het rechtsvermoeden van artikel 7:610b BW voor de omvang van de arbeid.
De kantonrechter oordeelde dat eiser arbeidsongeschikt was wegens ziekte en recht had op doorbetaling van loon conform cao en wetgeving. Prince Cargo werd veroordeeld tot betaling van het bruto-equivalent van achterstallig loon over mei tot en met september 2023, vakantiegeld over 2021-2023, wettelijke verhoging van 30%, incassokosten en wettelijke rente. Tevens moet Prince Cargo salarisstroken verstrekken over de gehele arbeidsovereenkomst. De proceskosten werden aan Prince Cargo opgelegd.
Uitkomst: Prince Cargo wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging, incassokosten en verstrekking van salarisstroken aan eiser.