Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 april 2023, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de akte van [eiseres] , met aanvullende bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van een assurantietussenpersoon tegen een gedaagde voor onbetaalde facturen vanaf 2012. Een groot deel van de vordering is verjaard omdat de facturen ouder zijn dan vijf jaar en er onvoldoende bewijs is dat eerdere schriftelijke aanmaningen zijn ontvangen.
De kantonrechter oordeelt dat slechts één creditfactuur mocht worden verrekend met de openstaande facturen, omdat geen delcrederebeding is overeengekomen. De overige creditfacturen mogen wel worden verrekend vanwege het beroep op verrekening door de gedaagde.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 17 november 2022, de dag na het verstrijken van de betalingstermijn in de laatste schriftelijke aanmaning. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan de eiseres. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet € 884,18 betalen met wettelijke rente vanaf 17 november 2022 en proceskosten.