Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 18 juli 2022, met bijlagen;
- het antwoord;
- de brief van 8 november 2022, waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
2..De feiten
3..Het geschil
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen het verschuldigde loon over de maanden september tot en met oktober 2021 ad € 1.542,64 (netto);
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen de wettelijke verhoging wegens vertraagde loonbetaling ex artikel 7:625 BW Pro van € 4.131,75 (netto);
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen het vakantiegeld van € 497,91 (netto);
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen de eindejaarsuitkering van € 1.315,11 (netto);
- Infinitascare te veroordelen aan haar te verstrekken de salarisspecificaties waarin de betaling van de hiervoor genoemde bedragen is verwerkt, alsmede de loonstroken van november 2020 t/m augustus 2021, de verlofoverzichten en de jaaropgaven van 2020 en 2021, binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 100,00 per dag met een maximum van € 10.000,00;
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen de buitengerechtelijke kosten van
- Infinitascare te veroordelen aan haar te betalen de wettelijke rente over voornoemde bedragen;
- Inifinitascare te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met de wettelijke rente;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.