Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 29 juli 2021, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- het vonnis waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de aanvullende producties 9, 10 en 11 van [eiseres01] ;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 16 december 2021;
- de op 19 april 2022 toegezonden beschikking van 14 april 2022, waarin [eiseres01] is gemachtigd ex artikel 1:349 BW Pro;
- de op 20 mei 2022 door de gemachtigde van [eiseres01] gestuurde brief;
- de op 24 mei 2022 door de gemachtigde van [gedaagde01] gestuurde brief, met bijlage;
- de op 20 juni 2022 door de gemachtigde van [gedaagde01] gestuurde brief, met bijlagen;
- de op 11 juli 2022 door de gemachtigde van [eiseres01] gestuurde e-mail, met bijlagen;
- de op 19 juli 2022 door de gemachtigde van [eiseres01] gestuurde brief;
- de op 15 augustus 2022 door de gemachtigde van [gedaagde01] gestuurde brief.
2..De feiten
3..Het geschil
- [gedaagde01] te veroordelen om aan haar te betalen € 1.704,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
- [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.