Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 november 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres 1], te [vestigingsplaats 1], eiseres I,[naam eiseres 2], te [vestigingsplaats 2], eiseres II, en
de minister voor Medische zorg, verweerder
Rechtbank Rotterdam
Eiseressen, producenten van trapliften, dienden handhavingsverzoeken in tegen een bedrijf dat tweedehands trapliften plaatst en reviseert. Verweerder, de minister van Volksgezondheid, nam niet tijdig besluiten op de bezwaarschriften tegen eerdere afwijzingen. De rechtbank oordeelde op 7 februari 2022 dat verweerder binnen twaalf weken opnieuw moest beslissen, maar verweerder voldeed hier niet aan.
Eiseressen stelden verweerder in gebreke en dienden vervolgens beroep in wegens het uitblijven van een nieuwe beslissing. De rechtbank verklaarde de beroepen ontvankelijk en gegrond, stelde vast dat verweerder maximaal zes weken nodig heeft om alsnog te beslissen en legde een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-. Tevens werd een reeds verbeurde dwangsom van € 1.442,- vastgesteld plus wettelijke rente.
De rechtbank verwierp het verzoek van eiseressen tot een finale geschilbeslechting en benoeming van een deskundige, omdat nader onderzoek noodzakelijk is om vast te stellen of het bedrijf de trapliften in belangrijke mate heeft gewijzigd. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter M.V. van Baaren op 15 november 2022.
Uitkomst: Verweerder moet binnen zes weken beslissen, dwangsom betalen en proceskosten vergoeden wegens niet tijdig beslissen.