ECLI:NL:RBROT:2022:967
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige beoordeling
Eiseres, voormalig gastouder, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte. Het UWV wees de aanvraag af omdat haar arbeidsongeschiktheid op 10 september 2018 werd vastgesteld op 13,83%, onder de 35% grens voor uitkering. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank in maart 2021 vast dat het UWV haar belastbaarheid onjuist had beoordeeld en vernietigde het eerdere besluit. Het UWV nam daarop een nieuw besluit dat het oorspronkelijke oordeel handhaafde.
De kern van het geschil betrof de arbeidskundige beoordeling van de functies die eiseres ondanks haar beperkingen nog zou kunnen verrichten. Eiseres betwistte de geschiktheid van de functies productiemedewerker industrie, machinaal metaalbewerker en huishoudelijk medewerker gebouwen, met name vanwege vermeende onzorgvuldigheden en onvoldoende rekening houden met haar beperkingen. De rechtbank oordeelde dat de rapporten van de arbeidsdeskundigen en verzekeringsarts zorgvuldig, consistent en begrijpelijk waren opgesteld.
De rechtbank concludeerde dat eiseres met haar beperkingen gemiddeld 75,25% van haar oude loon kan verdienen, wat betekent dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering gehandhaafd. Het verzoek van eiseres tot benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan nieuwe onderbouwing.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering gehandhaafd.