ECLI:NL:RBROT:2022:9091
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidspercentage en vaststelling resterende verdiencapaciteit
Eiser, voormalig bezorger, maakte bezwaar tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) over zijn arbeidsongeschiktheidspercentage en WGA-uitkering. Na meerdere medische en arbeidsdeskundige onderzoeken werd het percentage arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 35% en 45%, wat eiser betwistte vanwege onvoldoende erkenning van zijn beperkingen, waaronder een triggerfinger en medicatiegebruik.
Tijdens de beroepsprocedure liet verweerder weten nader onderzoek te doen, wat leidde tot een gewijzigde beoordeling waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 47,8%. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren meegenomen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het arbeidsongeschiktheidspercentage was vastgesteld en stelde dit zelf vast op 47,8%.
Daarnaast werd de resterende verdiencapaciteit vastgesteld op €1.308,68 per maand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak treedt in de plaats van het bestreden besluit voor het arbeidsongeschiktheidspercentage en de resterende verdiencapaciteit.
Uitkomst: Arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 47,8% en resterende verdiencapaciteit op €1.308,68 per maand; bestreden besluit vernietigd.