ECLI:NL:RBROT:2022:9038

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 oktober 2022
Publicatiedatum
25 oktober 2022
Zaaknummer
10142351 VV EXPL 22-425
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvArt. 30p Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing executie ontruimingsvonnis woonruimte na belangenafweging

Bij vonnis van 26 augustus 2022 is de huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde ontbonden en is eiser veroordeeld tot ontruiming van de woonruimte. De ontruiming stond gepland op 20 oktober 2022. Eiser vordert schorsing van de executie van dit vonnis, terwijl gedaagde dit afwijst.

De kantonrechter overweegt dat een schending van artikel 21 Rv Pro geen gevolgen heeft in deze zaak en dat het vooruitzicht van hoger beroep niet zonder meer reden is om de schorsing te weigeren. Er is geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis. De belangenafweging wordt gemaakt tussen het belang van eiser om in de woning te blijven wonen, mede vanwege zijn minderjarige kinderen en de zoektocht naar een andere woning, en het belang van gedaagde, een bedrijf dat de woning moet opleveren aan haar verhuurder.

De kantonrechter weegt het belang van eiser zwaarder, mede omdat gedaagde de achterstallige huurpenningen op termijn zal ontvangen en eiser heeft toegezegd de huur te blijven betalen. Daarom wordt de executie geschorst tot het moment waarop het hoger beroep is afgerond of het vonnis onherroepelijk wordt, onder de voorwaarde dat het hoger beroep tijdig wordt ingesteld. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: De executie van het ontruimingsvonnis wordt geschorst onder voorwaarde van tijdige hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 10142351 VV EXPL 22-425
Datum: 17 oktober 2022
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ex artikel 30p Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
[eiser01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiser,
gemachtigde: mr. A.F.I. Derby,
tegen
[gedaagde01] .,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. B. el Ouath.
Aanwezig zijn mr. M.C. van der Kolk, kantonrechter, en mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen:
aan de zijde van de eisende partij,
- de heer [eiser01] (met tolk mw. Molnar),
- mr. A.F.I. Derby,
aan de zijde van de gedaagde partij,
- de heer [naam01] , medewerker administratie,
- mr. B. el Ouath.
Partijen worden hierna ‘ [eiser01] ’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.
De kantonrechter gaat over tot de mondelinge behandeling.
Ter zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Daarna heeft de kantonrechter op de voet van artikel 30p Rv in aanwezigheid van beide partijen mondeling uitspraak gedaan. Deze uitspraak luidt als volgt.

1 ..De gronden van de beslissing

1.1.
Bij vonnis van 26 augustus 2022 is de huurovereenkomst tussen [eiser01] en [gedaagde01] betreffende de woonruimte aan de [adres01] in Schiedam ontbonden en is [eiser01] veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. Op 5 september 2022 is de ontruiming van het gehuurde aan [eiser01] aangezegd. De ontruiming staat gepland op 20 oktober 2022. [eiser01] vordert schorsing van de executie van het vonnis (en dus van de geplande ontruiming); [gedaagde01] is het niet eens met die vordering en wil de ontruiming laten doorgaan.
1.2.
[gedaagde01] beroept zich erop dat [eiser01] het bepaalde in artikel 21 Rv Pro heeft geschonden. De kantonrechter verbindt daaraan in deze zaak echter geen gevolgen, zelfs als zij zo’n schending zou kunnen vaststellen.
1.3.
Het argument dat [eiser01] – volgens [gedaagde01] – in hoger beroep waarschijnlijk wederom in het ongelijk zal worden gesteld, is geen reden om de gevraagde voorziening af te wijzen. Nu niet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast staat dat het hoger beroep kansloos is, speelt een voorspelling over de uitkomst van het hoger beroep geen rol.
1.4.
Volgens de Hoge Raad (HR 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575; Ritzen/Hoekstra) kan de executie worden geschorst als het te executeren vonnis berust op een kennelijke misslag. Van een kennelijke misslag is geen sprake.
1.5.
De executie kan ook worden geschorst als de belangen van [eiser01] bij behoud van de bestaande toestand (dat hij het gehuurde kan blijven gebruiken) zwaarder wegen dan de belangen van [gedaagde01] om wel (al) tot ontruiming over te gaan (zie HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026, r.o. 5.5.3 en 5.6.2). Tegen het vonnis van 26 augustus 2022 staat immers nog een voorziening open en [eiser01] heeft aangekondigd hoger beroep in te stellen. In het vonnis van 26 augustus 2022 is niet gemotiveerd waarom het uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
1.6.
De belangenafweging valt in het voordeel van [eiser01] uit. Het belang van [gedaagde01] , een bedrijf en voormalig werkgever van [eiser01] , is gelegen in het nakomen van een afspraak die zij met haar verhuurder (de eigenaar van de woning) heeft gemaakt, die inhoudt dat zij de woning zal opleveren als [eiser01] de woning heeft verlaten. Dit belang is beperkt. [gedaagde01] zal de achterstallige huurpenningen op termijn ontvangen; een substantieel deel daarvan (€ 5.000,-) al binnenkort, ervan uitgaande dat de huidige werkgever van [eiser01] zijn toezegging nakomt om dit bedrag te betalen. [eiser01] heeft bovendien toegezegd dat hij de lopende huurtermijnen zal (blijven) betalen. Tot slot weegt de kantonrechter mee dat [eiser01] samen met de gemeente op zoek is naar een andere woning en dat ontruiming betekent dat [eiser01] met drie minderjarige kinderen op straat komt te staan.
1.7.
Afweging van de onder 1.6 genoemde belangen leidt tot de beslissing om de executie van het vonnis van 26 augustus 2022 te schorsen. Daaraan verbindt de kantonrechter wel de voorwaarde dat tijdig hoger beroep wordt ingesteld. Als dat niet gebeurt, vervalt de schorsing en herleeft de bevoegdheid van [gedaagde01] om het vonnis van 26 augustus 2022 te executeren.
1.8.
Hoewel [gedaagde01] in het ongelijk wordt gesteld, ziet de kantonrechter in het late tijdstip waarop dit kort geding door [eiser01] is aangespannen aanleiding om de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
1.9.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd door [eiser01] , uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2 ..De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
schorst de executie van het vonnis van de kantonrechter (gewezen in de zaak met zaaknummer 9738325 CV EXPL 22-7428) van 26 augustus 2022, tot het moment waarop door het gerechtshof Den Haag een eindarrest is gewezen in het in te stellen hoger beroep of het moment waarop het vonnis (om een andere reden) onherroepelijk wordt;
2.2.
bepaalt dat voormelde schorsing vervalt – en dat de bevoegdheid van [gedaagde01] om tot executie van het vonnis over te gaan dus herleeft – indien [eiser01] niet tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 26 augustus 2022;
2.3.
compenseert de proceskosten, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de kantonrechter is ondertekend.
51909