ECLI:NL:RBROT:2022:9038
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie ontruimingsvonnis woonruimte na belangenafweging
Bij vonnis van 26 augustus 2022 is de huurovereenkomst tussen eiser en gedaagde ontbonden en is eiser veroordeeld tot ontruiming van de woonruimte. De ontruiming stond gepland op 20 oktober 2022. Eiser vordert schorsing van de executie van dit vonnis, terwijl gedaagde dit afwijst.
De kantonrechter overweegt dat een schending van artikel 21 Rv Pro geen gevolgen heeft in deze zaak en dat het vooruitzicht van hoger beroep niet zonder meer reden is om de schorsing te weigeren. Er is geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis. De belangenafweging wordt gemaakt tussen het belang van eiser om in de woning te blijven wonen, mede vanwege zijn minderjarige kinderen en de zoektocht naar een andere woning, en het belang van gedaagde, een bedrijf dat de woning moet opleveren aan haar verhuurder.
De kantonrechter weegt het belang van eiser zwaarder, mede omdat gedaagde de achterstallige huurpenningen op termijn zal ontvangen en eiser heeft toegezegd de huur te blijven betalen. Daarom wordt de executie geschorst tot het moment waarop het hoger beroep is afgerond of het vonnis onherroepelijk wordt, onder de voorwaarde dat het hoger beroep tijdig wordt ingesteld. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De executie van het ontruimingsvonnis wordt geschorst onder voorwaarde van tijdige hoger beroep.