Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 oktober 2022 in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaats] , eiseres,
de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
1) De inspecteur heeft vastgesteld dat op het product de term ‘opvolgmelk
’in combinatie met de voedselinformatie ‘vanaf de 12e maand’ en ‘ [naam product 1] is bedoeld voor kinderen vanaf de 12e maand’ wordt gebruikt. De term ‘opvolgmelk’ is echter uitsluitend toegestaan voor opvolgzuigelingenvoeding bestemd voor zuigelingen, dat wil zeggen kinderen jonger dan 12 maanden. Het (structurele) gebruik van de leeftijdsindicatie ‘vanaf de 12e maand’ wekt in combinatie met het opschrift ‘groeimelk’ echter de indruk dat het product is bestemd voor kinderen na het eerste levensjaar. Daarmee is het product misleidend met betrekking tot de aard en de identiteit daarvan. Daarom heeft eiseres artikel 2, zesde lid, van het Warenwetbesluit informatie levensmiddelen, gelezen in samenhang met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van Verordening (EU) 1169/2011 overtreden (overtreding 1).
Ten aanzien van overtreding 1 betoogt zij dat geen sprake is van misleidende voedselinformatie. Met de vermelding ‘vanaf de 12e maand’ kan uitsluitend bedoeld zijn ‘na het bereiken van de volledige leeftijd van elf maanden’. Ook is op het etiket duidelijk de doelgroep (zuigelingen) vermeld, aangezien het product, gelet op de receptuur, ook het meest geschikt is voor kinderen die de leeftijd van 11 maanden hebben bereikt, dus ‘vanaf de 12e maand’. Daarmee draagt het product terecht de benaming opvolgmelk. Niet valt in te zien dat de door eiseres gekozen duur van de periode van het beoogde gebruik niet is toegestaan en vermeldingen van concurrenten als “vanaf 10 maanden”, “10-12 maanden” en 10+ maanden” wel. Daarbij wijst eiseres erop dat het gebruik van opvolgmelk na de leeftijd van één jaar geen gevaar oplevert voor de volksgezondheid en de wetgeving ook niet in een specifieke beperking voorziet. Het gebruik van de term ‘groeimelk’ maakt niet dat het product bestemd is voor peuters. Deze term is niet gedefinieerd in wet- en regelgeving en wordt gebruikt zowel bij producten voor zuigelingen als bij producten voor peuters. De combinatie met de vermeldingen “opvolgmelk” en “vanaf de 12e maand” maakt juist dat duidelijk is dat de doelgroep zuigelingen is. Voor de consument is het volgens eiseres dan ook volstrekt helder om wat voor soort product het gaat en voor welke doelgroep deze geschikt is.
Beslissing
mr. N.S.J. Letschert, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 25 oktober 2022.