De vrouw verzocht vervangende toestemming om met de minderjarige naar een plaats ruim 100 kilometer verderop te verhuizen en om de minderjarige daar in te schrijven. De rechtbank oordeelde dat de belangen van de minderjarige en de man hierdoor onaanvaardbaar worden geschaad, mede vanwege de afstand, verminderde contactmogelijkheden en slechte communicatie tussen de ouders. De noodzaak van verhuizing werd onvoldoende aangetoond.
De rechtbank stelde vast dat de vrouw de hoofdverzorger is en wijziging van de hoofdverblijfplaats naar de vader niet gerechtvaardigd is, omdat er geen sprake is van onveiligheid of onvoldoende zorg. De ouders bereikten overeenstemming over een zorgregeling die door de rechtbank werd vastgesteld, inclusief een gedetailleerde verdeling van zorg- en vakantietijden.
De man verzocht tevens om beëindiging van het gezamenlijk gezag, maar dit werd afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van een onaanvaardbaar risico voor het kind. De rechtbank benadrukte het belang van mediation om de communicatie tussen de ouders te verbeteren. Tot slot werd de onderhoudsbijdrage van €150 per maand vastgesteld en werd ieder partij geacht de eigen proceskosten te dragen.