ECLI:NL:RBROT:2022:8454
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 18e verjaardag
Eiseres diende op 27 mei 2021 een aanvraag in voor een beoordeling van haar arbeidsvermogen in het kader van de Wajong. Verweerder weigerde de uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015) omdat uit medisch onderzoek bleek dat eiseres op haar 18e verjaardag niet arbeidsongeschikt was. Zowel de eerste verzekeringsarts als de arts bezwaar en beroep concludeerden dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek op die datum aanwezig waren.
Eiseres voerde aan dat persoonlijke omstandigheden en het ontbreken van medische onderzoeken rond haar 18e jaar onvoldoende in aanmerking waren genomen. De rechtbank oordeelde echter dat alleen objectief vastgestelde medische beperkingen meetellen en dat het feit dat eiseres vrijstelling van arbeidsverplichtingen had op grond van de Participatiewet niet relevant is voor de Wajong-toets.
De rechtbank stelde vast dat de aanvraag van eiseres onder het nieuwe overgangsrecht valt, waardoor de oude Wajong-regeling niet meer van toepassing is op laattijdige aanvragen. De bewijslast ligt bij eiseres, die onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op haar 18e verjaardag arbeidsongeschikt was. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wajong-uitkering is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op de 18e verjaardag.