ECLI:NL:RBROT:2022:8316
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing urgentieverklaring wegens onzorgvuldig feitenonderzoek
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring op grond van de hardheidsclausule omdat zij dreigde dakloos te worden en een stabiele leefomgeving voor haar minderjarige zoon wilde creëren. Verweerder wees de aanvraag en het bezwaar af, stellende dat de situatie niet voldeed aan de urgentiecriteria uit de Huisvestingsverordening regio Rotterdam 2020.
De rechtbank oordeelde dat de Huisvestingsverordening niet in strijd is met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen en dat verweerder niet verplicht was de schaarste op de woningmarkt te onderbouwen. Ook oordeelde de rechtbank dat geen schending van het EVRM, de Grondwet of internationale verdragen was vastgesteld.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke woonsituatie van eiseres ten tijde van het besluit, met onduidelijkheid over haar verblijfplaats en onvoldoende motivering. Dit leidde tot strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de actuele situatie van eiseres en haar zoon moet worden betrokken. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldig feitenonderzoek en onvoldoende motivering; verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.