ECLI:NL:RBROT:2022:7825

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
21 september 2022
Zaaknummer
9703804 \ CV EXPL 22-5556
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 lid 6 BWArt. 6:29 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Tussen Aegon Levensverzekering N.V. en de huurder is een huurovereenkomst gesloten voor een woonruimte waarvoor maandelijks € 994,95 huur wordt betaald. De huurder is in gebreke gebleven met de betaling van de huur, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan.

Aegon vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder erkent de achterstand, wijst op verminderde inkomsten door corona en stelt dat hij de achterstand kan inlopen, maar heeft de lopende huur niet voldaan sinds januari 2022.

De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van ruim negen maanden ernstig genoeg is voor ontbinding en ontruiming. De persoonlijke omstandigheden van de huurder doen hier niet aan af. De vordering tot betaling van € 16.118,67, bestaande uit huurachterstand, rente en kosten, wordt toegewezen. Tevens wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en een ontruimingstermijn van veertien dagen gesteld.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9703804 \ CV EXPL 22-5556
datum uitspraak: 16 september 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Aegon Levensverzekering N.V.,
vestigingsplaats: ‘s-Gravenhage,
eiseres,
gemachtigde: Bazuin & Partners Gerechtsdeurwaarders te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats gedaagde],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Aegon’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 16 februari 2022, met bijlagen;
  • de aantekeningen van het mondelinge verweer van 3 maart 2022;
  • de brief van 14 maart 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de brief van de zijde van Aegon van 11 mei 2022;
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 18 mei 2022;
  • de rolbeslissing van 20 mei 2022;
  • de brief van 2 juni 2022 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
  • het e-mailbericht van de zijde van Aegon van 15 augustus 2022.
1.2.
Tijdens de op 18 mei 2022 om 11:00 uur gehouden mondelinge behandeling is alleen [naam] namens de gemachtigde van Aegon verschenen. De kantonrechter heeft tijdens deze mondelinge behandeling bepaald dat op 24 juni 2022 vonnis wordt gewezen. Na afloop van de mondelinge behandeling is het de kantonrechter echter gebleken dat [gedaagde] ten tijde van de aanvang van de mondelinge behandeling wel in het gerechtsgebouw aanwezig was, maar dat hij door de gerechtsbode naar de verkeerde zaal is gestuurd.
1.3.
Gelet op het voorgaande achtte de kantonrechter het van belang een nieuwe mondelinge behandeling te laten plaatsvinden. Op 24 augustus 2022 is de zaak daarom tijdens een nieuwe mondelinge behandeling met partijen en de gemachtigde besproken. Tijdens deze mondelinge behandeling waren aanwezig: [naam] namens de gemachtigde van Aegon en [gedaagde] in persoon.
2. De feiten
2.1.
Tussen Aegon en [gedaagde] is een huurovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] (hierna: het gehuurde). [gedaagde] is op basis van deze huurovereenkomst maandelijks bij vooruitbetaling een huurprijs van op dit moment € 994,95 verschuldigd.

3..Het geschil

3.1.
Aegon eist samengevat:
  • de huurovereenkomst te ontbinden en [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ontruimen;
  • [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen € 10.221,97 met rente en de lopende huur vanaf 1 maart 2022;
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit een bedrag van € 9.569,50 aan huur tot en met de maand februari 2022, rente van € 28,38 (berekend tot 16 februari 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 624,09 (inclusief btw).
3.2.
Aegon baseert de eis op het volgende. [gedaagde] is, ondanks aanmaning en sommatie, in gebreke gebleven met tijdige en volledige betaling van de huurtermijnen, en heeft tot en met de maand februari 2022 een huurachterstand van € 9.569,50 laten ontstaan, hetgeen de ontbinding van de huurovereenkomst en een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Door de wanbetaling zag Aegon zich genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven en buitengerechtelijke kosten te maken. De gemachtigde van Aegon heeft [gedaagde] bij brief van 23 september 2021 aangemaand. De gemaakte kosten van € 624,09 (inclusief btw) komen op grond van artikel 6:96 lid 6 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) voor rekening van [gedaagde].
3.3.
[gedaagde] is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. [gedaagde] heeft de hoogte en de verschuldigdheid van de huurachterstand niet betwist. De huurachterstand is ontstaan omdat hij minder inkomsten verkreeg als gevolg van corona. [gedaagde] voert aan dat hij de huurachterstand de komende maanden kan inlopen omdat hij inmiddels een vast inkomen heeft. [gedaagde] heeft de lopende huur vanaf de maand januari 2022 niet meer betaald omdat de verschuldigde huurtermijnen niet meer automatisch van zijn rekening werden afgeschreven. Hij heeft geprobeerd hierover contact te zoeken met Aegon, maar dat is niet gelukt.

4..De beoordeling

huurachterstand
4.1.
Aegon heeft bij hiervoor genoemd e-mailbericht van 15 augustus 2022 een actuele specificatie van de huurachterstand berekend tot en met de maand augustus 2022 in het geding gebracht. Die huurachterstand ten bedrage van € 15.466,20 heeft [gedaagde] niet betwist, zodat het gevorderde bedrag zal worden toegewezen.
ontbinding en ontruiming
4.2.
Artikel 6:265 BW Pro bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij deze tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Het betalen van overeengekomen huur heeft daarbij te gelden als een van de essentiële verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst.
4.3.
Als uitgangspunt wordt genomen dat een huurachterstand van drie maanden ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen, maar de rechter moet alle omstandig-heden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel) van de achterstand alsnog heeft voldaan. [1] Uit overweging 4.1. volgt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen jegens Aegon. Ten tijde van de dagvaarding bestond een huurachterstand van ruim negen maanden. Van een tekortkoming van geringe betekenis is daarom geen sprake. Daarnaast is gesteld noch gebleken dat de tekortkoming van bijzondere aard is. De door [gedaagde] aangevoerde financiële en persoonlijke omstandigheden komen, hoe vervelend ook, voor zijn rekening en risico en doen niet af aan de belangen van Aegon bij een huurder die (tijdig) aan zijn betalingsverplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst voldoet. Bovendien had van [gedaagde] verwacht mogen worden dat hij zou controleren of de verschuldigde huurtermijnen al dan niet werden afgeschreven. Huur is immers een brengschuld waarvoor [gedaagde] te allen tijde verantwoordelijk is. Het enkele feit dat hij heeft geprobeerd Aegon hierover te benaderen en dat dit niet is gelukt, ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichtingen. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt dan ook gerechtvaardigd geacht en toegewezen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis. De gevorderde gebruiksvergoeding van laatstelijk € 994,45 per maand wordt toegewezen vanaf de maand september 2022 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt.
buitengerechtelijke incassokosten en rente
4.4.
De buitengerechtelijke incassokosten voor een bedrag van € 624,09 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om een vergoeding voor deze kosten te krijgen. De rente, die tot 16 februari 2022 € 28,38 bedraagt, wordt toegewezen omdat uit de stellingen van Aegon volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] deze stellingen niet heeft betwist.
proceskosten
4.5.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Aegon tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht en € 746,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 373,00 tarief). Dit is in totaal € 1.389,74. Voor kosten die Aegon maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] ook een bedrag betalen van € 124,00 (1/2 punt x € 373,00 tarief met een maximum van € 124,00). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van het vonnis, ingeval betekening van het vonnis nodig is in verband met het feit dat [gedaagde] niet vrijwillig aan de veroordeling voldoet. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
betalingsregeling
4.6.
Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 BW Pro is de kantonrechter niet gerechtigd een betalingsregeling vast te stellen zonder instemming van Aegon. Tijdens de mondelinge behandeling heeft (de gemachtigde van) Aegon medegedeeld dat zij eerst een vonnis wenst te krijgen voordat zij de mogelijkheden van een betalingsregeling eventueel wil onderzoeken.
4.7.
De kantonrechter geeft [gedaagde] in overweging zich binnen korte termijn na ontvangst van dit vonnis (nogmaals) tot de gemachtigde van Aegon te wenden, teneinde een passende betalingsregeling te trachten overeen te komen.
uitvoerbaarheid bij voorraad
4.8.
Dit vonnis wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5..De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Aegon te betalen € 16.118,67 aan huurachterstand berekend tot en met de maand augustus 2022, vervallen rente en buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 9.569,50 vanaf 16 februari 2022 tot aan de dag van volledige betaling;
5.2.
ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Aegon te stellen;
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Aegon te betalen € 994,45 per maand, of zoveel hoger als bij een wettelijke verhoging zou zijn toegelaten, met ingang van de maand september 2022 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, ook die laatste maand voor een gehele te rekenen;
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de kant van Aegon vastgesteld op € 1.389,74;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en in het openbaar uitgesproken.
54214

Voetnoten

1.Zie Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR: 2018:1810