ECLI:NL:RBROT:2022:7116
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom onrechtmatig opgelegd door Minister van Infrastructuur en Waterstaat
Eiseres kreeg een last onder dwangsom opgelegd door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vanwege vermeende overtredingen in 2017 en 2018. De last werd later ingetrokken omdat de overtredingen niet goed waren gedocumenteerd en de last onterecht was opgelegd.
Eiseres stelde dat vanwege het onrechtmatig handelen van de Minister bijzondere omstandigheden bestonden die recht gaven op vergoeding van werkelijke kosten naast de proceskosten. Zij verwees naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om haar standpunt te ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat er bijzondere omstandigheden waren die afweken van het forfaitaire vergoedingsstelsel. Het handelen van de Minister was niet ernstig onzorgvuldig en de zaak werd als gemiddeld van gewicht beoordeeld. Daarom werd de Minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, maar niet tot vergoeding van werkelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De proceskosten werden vastgesteld op €2.564,- en het griffierecht op €354,- werd eveneens vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.