ECLI:NL:RBROT:2022:6558
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning in Rotterdam niet te hoog vastgesteld
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Rotterdam en stelt dat deze niet hoger mag zijn dan €95.000,-. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, heeft de waarde vastgesteld op €106.000,- en handhaaft dit in het bestreden besluit na bezwaar.
De rechtbank heeft het taxatierapport van 10 maart 2021 bestudeerd, waarin de waarde is bepaald door systematische vergelijking met vergelijkbare woningen in de omgeving. De rechtbank stelt vast dat deze vergelijkingsobjecten goed aansluiten bij de kenmerken van de onroerende zaak en dat de waardebepaling modelmatig en zorgvuldig is uitgevoerd.
De stelling van eiser dat verweerder zich niet aan zijn informatieverplichting heeft gehouden en dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, wordt verworpen. Ook de bewering dat de woning een ondergemiddeld voorzieningenniveau heeft, wordt onvoldoende onderbouwd geacht. De rechtbank concludeert dat de bewijslast door verweerder is voldaan en de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning is niet te hoog vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.