De rechtbank Rotterdam heeft op 4 januari 2022 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een ter beschikking gestelde die veroordeeld is voor oplichting. De TBS was gestart op 28 januari 2020 en werd bij arrest van het gerechtshof Den Haag gelast met voorwaarden.
De reclassering en de psychiater adviseerden beiden om de maatregel met twee jaar te verlengen vanwege een impasse in de behandeling, het hoge recidiverisico en de beperkte intrinsieke motivatie van de ter beschikking gestelde. De behandeling in de kliniek verliep moeizaam door conflicten en het niet naleven van afspraken, zoals het weigeren van urinecontroles en het bezit van een extra simkaart.
De ter beschikking gestelde wilde zich vooral richten op zijn HBO-opleiding en resocialisatie, terwijl de kliniek therapie en deelname aan het groepsproces verwachtte. De rechtbank oordeelde dat de situatie een verlenging rechtvaardigt, maar stelde de termijn op één jaar vanwege de huidige impasse en het belang van aanvullend neuropsychologisch onderzoek. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding af en benadrukte dat een verdere verlenging na dit jaar mogelijk blijft.
De beslissing werd genomen door drie rechters en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beslissing kan zowel het openbaar ministerie als de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.