ECLI:NL:RBROT:2022:3839
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV na aanvullend medisch onderzoek in sociale zekerheidszaak
De rechtbank Rotterdam behandelde een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres bezwaar maakte tegen een besluit van het UWV omtrent haar functionele beperkingen. Na een tussenuitspraak waarbij de rechtbank verweerder de mogelijkheid gaf een fysiek onderzoek uit te voeren, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiseres op 31 maart 2022 onderzocht en een aanvullende rapportage opgesteld.
Eiseres voerde aan dat zij op de datum in geding nog steeds beperkingen ondervond door een eerdere operatie en revalidatie, en dat zij afhankelijk was van krukken. De rechtbank overwoog dat het aanvullend medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, gebaseerd op dossieronderzoek, anamnese, fysiek onderzoek en medische stukken.
De verzekeringsarts had rekening gehouden met de operatie en concludeerde dat de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld, waarbij meer beperkingen anti-revaliderend zouden zijn. De rechtbank stelde dat het vaststellen van beperkingen objectief medisch moet zijn en niet op subjectieve klachten. Het beroep werd gegrond verklaard wegens het eerdere gebrek, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand.
Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank bepaalde een proceskostenvergoeding van €1.897,50 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.