ECLI:NL:RBROT:2022:3559
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring rechtbank inzake preventieve last onder dwangsom bij viswedstrijden
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het waterschap Hollandse Delta op haar verzoek om een preventieve last onder dwangsom te leggen ter voorkoming van overtredingen bij toekomstige viswedstrijden. De rechtbank Rotterdam verklaarde zich bij uitspraak van 22 maart 2022 onbevoegd omdat het verzoek niet als een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd aangemerkt.
Opposante stelde verzet in tegen deze onbevoegdverklaring en verwees onder meer naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarin een vergelijkbaar verzoek wel als aanvraag werd gezien. De verzetrechter beperkte zich tot de vraag of het buiten redelijke twijfel lag dat de rechtbank onbevoegd was.
De verzetrechter oordeelde dat dit niet het geval was, mede gelet op de eerdere jurisprudentie en de onduidelijkheid over de kwalificatie van een brief van verweerder. Daarom was het niet toegestaan zonder zitting te beslissen. Het verzet werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de rechtbank zal het onderzoek hervatten. Het griffierecht wordt niet teruggestort en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de rechtbank hervat het onderzoek.