ECLI:NL:RBROT:2022:2847
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing wegens handel in drugs in voormalige woning
Eiser vroeg een urgentieverklaring voor woningtoewijzing aan, welke door verweerder werd afgewezen omdat in zijn voormalige woning een handelshoeveelheid drugs was aangetroffen. Dit leidde tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens gerechtvaardigde tekortkoming. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het bezwaar werd gehandhaafd. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank Rotterdam.
De rechtbank oordeelde dat het huisvestingsprobleem daadwerkelijk het gevolg was van verwijtbaar handelen van eiser, aangezien hij als huurder verantwoordelijk is voor wat zich in de woning afspeelt. Het feit dat eiser niet wist van de drugs en niet strafrechtelijk is veroordeeld, deed hieraan niet af. Verweerder was daarom bevoegd de urgentieverklaring te weigeren. Tevens werd het beroep op de hardheidsclausule verworpen omdat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat sprake was van een schrijnende en onvoorziene situatie.
Verder stelde eiser dat de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 in strijd was met de Huisvestingswet 2014, maar de rechtbank verwierp dit standpunt. De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en bevestigde de afwijzing van de urgentieverklaring wegens verwijtbaar handelen van eiser.