ECLI:NL:RBROT:2022:2303
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering rijgeschiktheid wegens alcoholmisbruik
Eiser verzocht het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) om een Verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen, maar werd geweigerd vanwege alcoholmisbruik. Dit besluit was gebaseerd op een psychiatrisch rapport waarin een verhoogde Carbohydraat Deficiënt Transferrine (CDT)-waarde werd vastgesteld, gecombineerd met een voorgeschiedenis van alcoholmisbruik. Eiser betwistte de juistheid van het rapport en stelde dat het laboratoriumonderzoek onvoldoende nauwkeurig was en dat alternatieve oorzaken voor de verhoogde CDT-waarde niet waren onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het advies van de psychiater heeft gevolgd, aangezien de verhoogde CDT-waarde boven de afkapwaarde lag en de voorgeschiedenis van alcoholmisbruik meewoog in de beoordeling. De rechtbank verwierp de stelling van eiser dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden en dat het rapport gebrekkig was. Ook het subsidiaire standpunt dat het CBR in beroep pas met aanvullende rapporten kwam, werd afgewezen.
Gelet op de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Regeling eisen geschiktheid 2000 en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, concludeerde de rechtbank dat het besluit tot weigering van de Verklaring van geschiktheid terecht is genomen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van het CBR om hem niet rijgeschikt te verklaren wegens alcoholmisbruik wordt ongegrond verklaard.