ECLI:NL:RBROT:2022:1865

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
ROT 21/6119 en ROT 21/6120
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens misbruik van recht en niet betaling griffierecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op twee informatieaanvragen bij het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel. Verweerder verwees in brieven van december 2021 en januari 2022 naar een vaststellingsovereenkomst en ging niet inhoudelijk in op de aanvragen.

Eiser verzocht om ontheffing van griffierecht wegens betalingsonmacht, maar de rechtbank weigerde deze ontheffing omdat eiser misbruik van recht maakte. Dit werd onderbouwd met eerdere uitspraken waarin eiser vergelijkbare verzoeken deed die als misbruik werden aangemerkt.

De rechtbank verklaarde daarom de beroepen wegens niet tijdig beslissen en de beroepen van rechtswege tegen de brieven niet-ontvankelijk. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 16 maart 2022.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht en niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummers: ROT 21/6119 en ROT 21/6120
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 maart 2022 als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de zaken tussen

[Naam], te [Plaats], eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op twee aanvragen om openbaarmaking van informatie over de gemeentelijke zorgmarinier en de gemeentelijke jeugdzorgfinanciën.
Bij brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 heeft verweerder eiser onder verwijzing naar een onderlinge vaststellingsovereenkomst bericht dat niet inhoudelijk wordt ingaan op de aanvragen.
Eiser heeft met een beroep op betalingsonmacht verzocht om ontheffing van de verplichting tot betaling van griffierecht. De griffier heeft vooralsnog afgezien van het heffen van griffierecht.

Overwegingen

1. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De beroepen wegens niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser wegens misbruik van recht geen ontheffing van griffierecht wordt verleend, zodat hij in verzuim is het in de zaak verschuldigde griffierecht te voldoen. De beroepen van rechtswege tegen de brieven van 22 december 2021 en 26 januari 2022 worden ook niet-ontvankelijk verklaard, nu sprake is van misbruik van recht, omdat eiser handelt in strijd met de genoemde vaststellingsovereenkomst en omdat de bestuursrechter over vergelijkbare verzoeken eerder heeft geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht (bijv. ECLI:NL:RBROT:2020:1993, onder 8).
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Stijnen, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 16 maart 2022.
De griffier en de rechter zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.