De rechtbank Rotterdam heeft op 25 februari 2022 uitspraak gedaan in een zaak waarin de veroordeelde was veroordeeld voor meerdere oplichtingen gepleegd via whatsapp en tikkie, ook wel bekend als 'vriend in nood fraude', en deelname aan een criminele organisatie gericht op deze oplichtingen.
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €27.261, gebaseerd op een ponds-pondsgewijze verdeling van het totale voordeel van €83.227 onder drie veroordeelden. De verdediging betwistte deze berekening en stelde dat de veroordeelde slechts 40% van de opbrengst kreeg en dat kosten niet waren meegenomen.
De rechtbank volgde het standpunt van de officier van justitie, gelet op de bewezen deelname aan de criminele organisatie en het feit dat de opbrengsten feitelijk werden gedeeld. De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel voor de veroordeelde werd vastgesteld op €27.742. Er is rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden en draagkracht van de veroordeelde.
De rechtbank legde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de Staat en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 170 dagen. De toegewezen schadevergoedingen aan benadeelden worden niet in mindering gebracht op dit bedrag zolang deze niet zijn voldaan.