Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de heer [naam] , feitelijk bestuurder van verzoekster;
- de heer [naam] , tijdelijk financieel directeur van verzoekster;
- mr. A.C.E.G. Cordesius, advocaat van verzoekster.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde op 24 november 2022 een verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode in een WHOA-procedure van een besloten vennootschap. De afkoelingsperiode was eerder op 15 september 2022 voor twee maanden afgekondigd. Verzoekster vroeg om verlenging met drie maanden om haar onderneming tijdens de onderhandelingen over een akkoord te kunnen voortzetten.
Verzoekster gaf aan dat zij zich richt op de verkoop van zonnepanelen, wat voorspoedig verloopt, terwijl andere activiteiten zijn verminderd vanwege marktomstandigheden. De administratie was verbeterd en schulden beter in beeld gebracht, hoewel nog niet volledig actueel. Verzoekster verwachtte 40 tot 50% van de schulden te kunnen voldoen eind 2022 en de rest medio 2023. De rechtbank vond dat verlenging noodzakelijk was en dat de belangen van schuldeisers daarmee gediend werden.
De rechtbank constateerde echter dat verzoekster niet alle gevraagde informatie had verstrekt en dat de omzetprognoses te rooskleurig waren. Daarom werd ambtshalve een observator aangesteld die binnen zes weken verslag moet uitbrengen over de stand van zaken, met name over omzet en haalbaarheid van het akkoord. De kosten van de observator komen voor rekening van verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de afkoelingsperiode tot 15 februari 2023 en stelt een observator aan om toezicht te houden op het akkoordtraject.