ECLI:NL:RBROT:2022:11456

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 december 2022
Publicatiedatum
29 december 2022
Zaaknummer
9866249 CV EXPL 22-14210
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 143 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens termijnoverschrijding

Ziggo Services B.V. vorderde betaling van een openstaand bedrag wegens niet-betaalde facturen voor een radio- en tv-abonnement. Nadat de gedaagde niet betaalde, werd een verstekvonnis uitgesproken waarin hij werd veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag plus rente en kosten.

De gedaagde stelde verzet in tegen het verstekvonnis, betwistte de overeenkomst en stelde dat hij nooit facturen of aanmaningen had ontvangen. De kantonrechter onderzocht echter de ontvankelijkheid van het verzet, waarbij Ziggo aanvoerde dat het verzet te laat was ingesteld.

Uit bewijs bleek dat het verstekvonnis op 2 maart 2015 was betekend en dat er loonbeslag was gelegd, waaruit betalingen waren geïncasseerd tussen juni 2020 en mei 2022. De verzettermijn van vier weken was daarmee ruimschoots verstreken toen het verzet werd ingesteld.

De kantonrechter concludeerde dat het verzet niet tijdig was ingediend en verklaarde de gedaagde niet-ontvankelijk in zijn verzet. Tevens werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van de verzetprocedure.

Uitkomst: De gedaagde is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens overschrijding van de verzettermijn en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9866249 CV EXPL 22-14210
datum uitspraak: 25 november 2022 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Ziggo Services B.V. (voorheen UPC Nederland B.V.),
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht ,
oorspronkelijk eiseres, gedaagde in verzet,
gemachtigde: Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders te Groningen,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [woonplaats01] ,
oorspronkelijk gedaagde, eiser in verzet,
gemachtigde: mr. G. Grijs, advocaat te Rotterdam.
Partijen worden hierna ‘Ziggo’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1..De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 december 2014, met bijlagen;
  • het verstekvonnis van deze rechtbank van 23 januari 2015 met zaaknummer 3724671 \ CV EXPL 14-61021;
  • de verzetdagvaarding van 29 april 2022, met bijlagen;
  • de conclusie van antwoord in oppositie, met bijlagen;
  • de conclusie van repliek in oppositie.
De uitspraak van het vonnis is door de kantonrechter bij vervroeging bepaald op heden.

2..Het geschil

2.1.
Ziggo vorderde in de oorspronkelijke dagvaarding van 4 december 2014 samengevat:
  • [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 210,42 met rente;
  • [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het gevorderde bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 160,60, rente van € 9,82 (berekend tot 13 november 2014 ) en buitengerechtelijke kosten van € 40,00.
2.2.
Ziggo baseert de vordering op het volgende.
[gedaagde01] heeft met Ziggo een overeenkomst gesloten ter zake een radio en tv-abonnement. Voor de door Ziggo geleverde diensten heeft Ziggo aan [gedaagde01] drie facturen gestuurd (ten bedrage van € 100,48, € 81,75 en € 3,37). [gedaagde01] is, ondanks herhaalde aanmaning en sommatie, in gebreken gebleven met de betaling van het totaalbedrag van € 160,60. Doordat [gedaagde01] in verzuim is, is hij tevens wettelijke rente verschuldigd. Daarnaast heeft Ziggo buitengerechtelijke incassokosten moeten maken, die voor rekening van [gedaagde01] komen.
2.3.
In het genoemde verstekvonnis is de vordering toegewezen. Bij dat vonnis is [gedaagde01] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 210,42, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over € 160,60 vanaf 13 november 2014 tot de dag der algehele voldoening, terwijl [gedaagde01] tevens is veroordeeld in de kosten van het geding vastgesteld op een totaal bedrag van € 225,15.
2.4.
[gedaagde01] is het niet eens met dat verstekvonnis en hij voert daartegen het volgende aan. [gedaagde01] betwist dat hij met Ziggo een overeenkomst heeft gesloten. De vordering is bij [gedaagde01] in z’n geheel niet bekend. [gedaagde01] heeft nooit een factuur of aanmaning ontvangen. Hij is pas bekend geraakt met de vordering nadat hij op 7 april 2022 het verstekvonnis per
e-mail heeft ontvangen. Ook de inleidende dagvaarding alsmede het exploot van betekening hebben [gedaagde01] nooit bereikt.

3..De beoordeling

3.1.
Ziggo heeft aangevoerd dat [gedaagde01] niet-ontvankelijk is in zijn verzet tegen het verstekvonnis, omdat de verzettermijn inmiddels ruimschoots is verstreken.
3.2.
Op grond van artikel 143 lid 2 en Pro 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient – kort gezegd – verzet tegen een verstekvonnis ingesteld te worden binnen vier weken na betekening van het vonnis aan de veroordeelde in persoon, na het plegen door de veroordeelde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is of na de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd.
3.3.
Ziggo heeft in dit verband onder meer aangevoerd dat het verstekvonnis op 2 maart 2015 aan [gedaagde01] is betekend en op 9 maart 2020 in het kader van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis loonbeslag is gelegd onder de Gemeente Rotterdam. Uit hoofde van dat loonbeslag is volgens Ziggo in de periode van 23 juni 2020 tot en met 24 mei 2022 een totaal bedrag van € 569,29 geïncasseerd.
3.4.
[gedaagde01] heeft niet meer inhoudelijk gereageerd op de stellingen van Ziggo ten aanzien van de ontvankelijkheid van het verzet. Hij heeft zich enkel op het standpunt gesteld dat Ziggo de conclusie van antwoord in oppositie te laat heeft ingediend en daarom buiten beschouwing moet worden gelaten. De kantonrechter heeft Ziggo op de rolzitting van
11 augustus 2022 een laatste uitstel verleend om uiterlijk op de rolzitting van 8 september 2022 te reageren. Beide partijen zijn daarover door de griffier geïnformeerd bij rolbericht van 12 augustus 2022. Ziggo heeft vervolgens op genoemde rolzitting van 8 september 2022 van antwoord in oppositie geconcludeerd, zodat er geen enkele aanleiding is om dat processtuk van Ziggo buiten beschouwing te laten.
3.5.
Nu [gedaagde01] de stellingen van Ziggo niet heeft weersproken, moet de kantonrechter ervan uitgaan dat het vonnis in ieder geval op 23 juni 2020, toen de eerste betalingen ingevolge het beslag zijn geïncasseerd, ten uitvoer is gelegd. [gedaagde01] heeft ruim buiten de termijn van 4 weken te rekenen vanaf 23 juni 2020 verzet aangetekend, zodat geconcludeerd moet worden dat [gedaagde01] niet tijdig verzet heeft aangetekend en hij in dat verzet niet-ontvankelijk is.
3.6.
[gedaagde01] wordt in verzet in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten in de verzetprocedure betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Ziggo tot vandaag vast op € 37,00 aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 37,00 tarief).

4..De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
verklaart [gedaagde01] niet-ontvankelijk in zijn verzet tegen het verstekvonnis van
23 januari 205 gewezen door de kantonrechter te Rotterdam (zaaknummer 3724671 CV EXPL 14-61021);
4.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de kosten van de verzetprocedure, aan de kant van Ziggo tot vandaag vastgesteld op € 37,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
37555