Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 25 mei 2022, met bijlagen;
- de conclusie van antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
De ex-man vorderde dat zijn ex-vrouw de gouden sieraden zou afgeven die aan hem waren toebedeeld in de echtscheidingsbeschikking, dan wel een vervangingswaarde zou betalen. Partijen waren het echter niet eens over de omvang, het bezit en de waarde van de sieraden. De vrouw stelde dat zij slechts zeven goudkleurige armbanden had ontvangen en deze al had teruggegeven, terwijl de man een grotere omvang en waarde stelde.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een verkapt hoger beroep, maar van een executiegeschil over afgifte. De man slaagde er echter niet in om de omvang van het goud en het bezit door de vrouw voldoende te onderbouwen. Foto’s en producties boden onvoldoende duidelijkheid over welke sieraden tot de bruidsschat behoorden en of de vrouw deze nog in bezit had.
Omdat de man zijn stelplicht en substantiëringsplicht niet voldoende had vervuld en hij ter zitting aangaf geen deskundige te willen inschakelen, wees de rechtbank zijn vorderingen af. De man werd veroordeeld in de proceskosten en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de ex-man tot afgifte van de gouden sieraden wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.